Stamdroogboon
Stamdroogbonen zijn lage, compacte bonen die zonder klimsteun kunnen worden geteeld. De peulen blijven aan de plant tot ze volledig rijp en droog zijn. Daarna worden de bonen gedopt en bewaard voor soepen, stoofschotels, salades en andere gerechten.
Ontdek onze biologische en zaadvaste stamdroogbonen, waaronder witte bonen, flageolets, borlottibonen en andere bijzondere rassen.
6 producten
Wat is een stamdroogboon?
Een stamdroogboon groeit als een lage, bossige plant en heeft meestal geen klimrek nodig. In tegenstelling tot slabonen worden de peulen niet jong geoogst. Ze blijven aan de plant tot de zaden volledig zijn ontwikkeld en de peulen beginnen te drogen.
Stamdroogbonen zijn geschikt voor kleine en middelgrote moestuinen. Ze nemen meer grondoppervlakte in dan klimmende droogbonen, maar zijn eenvoudig te telen en gemakkelijk te oogsten.
Wanneer zaai je stamdroogbonen?
Zaai rechtstreeks in de volle grond vanaf half mei, wanneer de kans op nachtvorst voorbij is en de bodem voldoende is opgewarmd.
Zaai één boon om de 8 tot 10 cm en houd ongeveer 40 tot 50 cm tussen de rijen. Je kunt ook groepjes van vier tot vijf bonen zaaien met 30 tot 40 cm tussen de groepjes.
Zaai droogbonen niet te laat. De peulen moeten voor het natte najaarsweer voldoende tijd krijgen om af te rijpen en te drogen.
Wanneer oogst je droogbonen?
Laat de peulen zo lang mogelijk aan de plant drogen. Oogst ze bij droog weer wanneer ze bruin en papierachtig zijn en de bonen binnenin hard aanvoelen.
Wordt langdurige regen voorspeld? Oogst dan de bijna droge peulen en laat ze binnen verder nadrogen op een goed verluchte plaats.
Dop de peulen pas wanneer ze volledig droog zijn. Bewaar de bonen vervolgens koel, droog en donker in een goed afgesloten verpakking.
Lees ook onze gids over bonen zaaien, verzorgen en oogsten.